“Raceborn – 75 Jahre Porsche Motorsport” in het Porsche-Museum

Tip 3 jul. 2026

“Raceborn – 75 Jahre Porsche Motorsport” is de titel van de actuele expositie, die tot en met zondag 17 januari 2027 in het Porsche-Museum in Stuttgart-Zuffenhausen te zien is. Aan de hand van 31 auto’s, van een vroege 356 SL Coupé tot aan de actuele 963 als sportprototype uit de lange-afstandsracerij en de 99X Electric uit de Formule E wordt het succesverhaal van Porsche in de autosport verteld. Deze week vond de vernissage plaats, Vierenzestig was erbij.

 

Eigenlijk gaat de autosportgeschiedenis van Porsche langer dan 75 jaar terug. Al op 11 juli 1948, drie dagen nadat de Porsche 356 “Nr. 1” Roadster, de eerste sportwagen die onder de naam Porsche in het Oostenrijkse Gmünd gebouwd was, op kenteken gezet was, stond de auto met ingenieur en testrijder Herbert Kaes, een neef van Ferdinand Porsche, aan de start van het Stadtrennen (officieel: 1. Rundstreckenrennen für Automobile und Motorräder) in Innsbruck. Ook de Typ 64, eveneens een ontwerp van Ferdinand Porsche, kwam hier in actie (zie hier een bericht over het evenement: https://innsbruck-erinnert.at/gentlemen-start-your-engines/). Hoewel sommige bronnen spreken van een klassezege ging het naar alle waarschijnlijkheidtoch meer om een soort van demonstratie buiten mededinging.

 

Zo hanteert Porsche dus de deelname van het Franse duo Auguste Veuillet en EdmondMouche met een aangepaste 356 SL onder het startnummer 46 aan de 24 Uur van Le Mans op 22 en 23 juni 1951 als eerste officiële wedstrijdactiviteit met fabrieksondersteuning. De wedstrijdauto werd intern aangeduid als type 514 Porsche Sport en was ondermeer voorzien van aerodynamisch betere dichte wielkasten voor en achter, extra koplampen, aluminium panelen in plaats van de achterste zijruiten en een van buiten toegankelijke vulopening voor de brandstoftank. De aanpassingen werden volgens aanwijzingen van Porsche bij Reutterdoorgevoerd. Eigenlijk zouden er twee Porsches in Le Mans starten, maar de nummer 47, die was voorzien voor het Frans/Duitse duo Rudolf Sauerwein en Robert Brunet, raakte hij een trainingsongeval te zwaar beschadigd om aan de race te kunnen deelnemen. Sauerweinbelandde met flinke beenwonden in het ziekenhuis. Veuillet/Mouche daarentegen zorgden voor succes: ze wonnen de klasse tot 1.500 cc.

 

De expositie rondom het 75-jarig jubileum van Porsche in de autosport omvat ook auto’s die van voor 1951 dateren. Allereerst de al genoemde Typ 64, de ranke, aerodynamisch gevormde coupé die werd ontworpen voor de wedstrijd Berlijn-Rome in 1939, die echter nooit plaatsvond. In de auto is al duidelijk de vorm van de latere 356 herkenbaar. Als tweede de Typ 360 Cisitalia uit 1947, de bij Porsche in Gmünd in opdracht van de Italiaan Piero Dusioontwikkelde formulewagen, nadat Dusio samen met de beroemde Tazio Nuvolari zijn eigen raceteam had opgezet. Mede dankzij de verdiensten uit dit project kon Ferry Porsche – vader Ferdinand zat nog gevangen in Frankrijk – de droom van de eerste sportwagen onder de familienaam realiseren. Deze beide auto’s zijn deel van de vaste collectie van het Porsche-Museum en zijn nu in de tentoonstelling geïntegreerd, zichtbaar gemaakt door een rode lijn op de wanden en de vloeren die door het museum loopt. Er is bewust niet gekozen voor een chronologische volgorde van behaalde autosportsuccessen. In plaats daarvan gaat de tentoonstelling in op zes verschillende thema’s: raceklassen, variatie, innovaties, mijlpalen, mensen en reglementen.

 

Als vroege wedstrijdauto’s zijn er de 356 SL uit 1952 – niet de Le-Mans-klassewinnaar, die in Amerikaanse handen is, maar een nanoeg identiek exemplaar uit de rally Luik-Rome-Luik – en de 718 W-RS Spyder uit 1957, de opvolger van de 550 Speedster, en de 804 Formule 1 – die eigenlijk een Formule 2 was – uit 1962, de opvolger van de 718 waarmee ook Carel Godin de Beaufort successen vierde. Een bijzonder element is de 909 Bergspyder, die in 1969 werd gebouwd voor de destijds zeer populaire bergklims, en natuurlijk ontbreken ook de sportprototypes 906 en 917 niet. De geëxposeerde 917 is de bekende witte auto met Martini-strepen, waarmee Gijs van Lennep en Dr. Helmut Marko in 1971 de 24 Uur van Le Mans wonnen. Ook een 917/10 uit de Amerikaanse Can-Am-serie is te zien.

 

De indrukwekkende 935-78, bijgenaamd ‘Moby Dick’, geldt als voorbeeld van hoe Porsche onder leiding van technicus Norbert Singer destijds creatief gebruikmaakte van de mogelijkheden die het technisch reglement bood. De meest extreme variant van de 935 was goed voor zo’n 700 pk en won de zes-uursrace op Silverstone met zeven ronden voorsprong. Ook bij de komst van het Groep C-reglement in 1982 zette Porsche weer nieuwe maatstaven. De 962 uit de Amerikaanse IMSA-serie 1987 staat voor dit tijdperk. Andere succesvolle constructies van Porsche uit de jaren tachtig zijn de 959 uit de rally Parijs-Dakar 1986 en de McLaren MP4-2C uit 1986 van Alain Prost, voorzien van de door Hans Mezger ontwikkelde Porsche-TAG-turbomotor.

 

Natuurlijk is er ook aandacht voor de Porsche-merkencups met een 944 Turbo Cup-auto, genaamd “Pinky”, uit 1987, een 911 Carrera 2 Cup uit 1991 en de goudkleurige 911 GT3 Cup uit 2022, destijds de 5.000e gebouwde Porsche Cup-auto, die als gastenauto in de Supercup werd ingezet. De recentere racehistorie is onder andere vertegenwoordigd met de 919 Hybridwaarmee Timo Bernhard, Brendon Hartley en Earl Bamber in 2017 de 24 Uur van Le Mans wonnen, met al het vuil en stof erop waarmee de auto over de finish kwam. De LMP1-sportwagens van toen zijn waarschijnlijk de technisch meest geavanceerde auto’s in de lange-afstandsracerij (ter vergelijking: de pole-tijd in Le Mans was dit jaar zo’n vier seconden langzamer dan in 2017, toch alweer bijna tien jaar geleden). Ook de huidige 963 en de Formule E-auto 99X ontbreken niet.

 

De GT-racerij tenslotte is vertegenwoordigd met voorbeelden als de 993 GT2, de spectaculaire 911 GT1, de 911 (992) GT3 R waarmee Thomas Preining in 2022 op de Norisring in Neurenberg voor de eerste Porsche-overwinning in de DTM zorgde en een Cayman GT4 Clubsport. De Cayman GT4 e-performance met elektrische aandrijving laat zien hoe wellicht in de toekomst een model voor klantenteams eruit zou kunnen zien.

 

Bij de opening van de expositie waren meerdere oud-coureurs, technici en sportdirecteuren van Porsche aanwezig. Achim Stejskal, hoofd Porsche Heritage en Museum, verklaarde in gesprek met presentator Eric Engesser dat hij zich met zijn team verantwoordelijk voelt voor het conserveren van de sportieve historie van het merk, ook om een blik in de toekomst mogelijk te maken. Thomas Laudenbach, de huidige sportdirecteur van Porsche, stelde dat de sportieve erfenis van het merk ook een verplichting betekent voor degenen die zich nu inspannen om voor successen in de autosport te zorgen. “Die teamgeest willen we ook vertalen naar de hele onderneming, ervoor zorgen dat mensen trots zijn op Porsche”, aldus Laudenbach.

Herbert Ampferer (l.) Thomas Laudenbach (r.)
Sportdirecteur Thomas Laudenbach (r.) en Achim Stejskal (l.), hoofd Porsche Heritage en Museum, in gesprek met presentator Eric Engesser

 

Als oud-coureurs spraken Hans-Joachim Stuck en Walter Röhrl, beide tot op de dag van vandaag belangrijke ambassadeurs voor het merk. “Bij Porsche ben ik als het ware aan mijn tweede carrière begonnen”, zei Stuck. “Van mensen als Helmut Bott, Peter Falk en Norbert Singer heb ik ongelooflijk veel geleerd. En ook van Walter Röhrl, die heeft me bijgebracht hoe je met vierwielaandrijving moet rijden.” Röhrl op zijn beurt sprak over de verschillen tussen race- en rallysport: “Het racen leeft van de perfectie, rallysport leeft van improvisatie. Dat laatste ligt me meer.”

Voor de wat jongere generatie stonden Marc Lieb en Timo Bernhard, beide Le Mans-winnaars met de Porsche 919, maar ook beide ex-juniorrijders van Porsche Motorsport en een duidelijk bewijs van de doorgroeimogelijkheden die de Porsche-merkencups bieden. “Voor mij zijn de mensen het belangrijkst die voor mij bij Porsche Motorsport veel betekend hebben: Hartmut Kristen, Roland Kussmaul, Norbert Singer”, somde Timo Bernhard op. Lieb, tegenwoordig actief in de communicatieafdeling van het merk, wees ook op het belang van klantensport: “Fabrieksprogramma’s komen en gaan, maar klantensport blijft altijd, dat is een constante factor.” Bernhard onderschreef dit: hij behoort met zijn team, dat onder anderen met onze landgenoot Senna van Sam Jongejan dit jaar actief is in de Duitse Carrera Cup, ook tot de klanten in Weissach. “Ik weet hoe duur het allemaal is”, lachte hij.

 

Behalve de zes genoemde personen die in de drie gespreksronden aan het woord kwamen, troffen we bij de opening ook oud-fabriekscoureurs Manfred Schurti, Rudi Lins en Stéphane Ortelli, in 1998 Le Mans-winnaar met de 911 GT1, oud-testrijder en -coureur GüntherSteckkönig, motorenspecialist Valentin Schäffer, die vooral faam verwierf als het genie achter de turbomotoren (bijna 95 jaar oud, maar nog volop bij de tijd!), de vroegere sportdirecteuren Herbert Ampferer en Hartmut Kristen, Wolfgang Dürheimer als voormalig lid van de raad van bestuur voor technische ontwikkeling, voormalig Porsche-ingenieurs Norbert Singer en Roland Kussmaul en oud-teambaas Olaf Manthey. De meesten waren zo vriendelijk om voor uw redacteur diens menukaart te signeren, altijd een mooi aandenken aan zulke gelegenheden!

 

Naast de geëxposeerde auto’s zijn er ook diverse andere zaken te zien, onder andere een uitgebreid overzicht van het A tot Z van Porsche Motorsport met vele verschillende aspecten. Bij de N van ‘Night of Champions’, het prestigieuze eindejaarsfeest van Porsche Motorsport, is ook een foto van de uitreiking van de Porsche Cup door Dr. Wolfgang Porsche aan Loek Hartog in december vorig jaar te zien. Meerdere videopresentaties gaan in op aspecten als de activiteiten in de werkplaats van het museum of de consequenties van reglementen en de aanpassing daaraan. Ook aan jonge bezoekers is gedacht: onder het motto “Raceborn Kids” zijn er vele interactieve mogelijkheden, waarmee de soms complexe wereld van de autosport nader wordt verklaard.

 

Voor geïnteresseerden die nog meer over bepaalde onderwerpen rondom Porsche in de autosport te weten willen komen, organiseert Porsche onder de titel “Raceborn Talks” vijf speciale thema-avonden met gesprekken van zo’n 90 minuten: op 16 juli spreken Timo Bernhard en Porsche-ingenieur Norbert Singer over “Racelegenden”, op 16 oktober interviewt Holger Eckhard Nina Braack van het Porsche Esports-team en Formule E-testrijdster Gabriela Jíliková over “Vrouwen in de autosport”, op 6 november spreken Yannick Bitzer en Porsche-fabriekscoureur Nico Müller over de Formule E en op 12 november spreekt Timo Bernhard met coureurs Laurin Heinrich en Ayhancan Güven over hun carrière als coureur. Op 11 december is er de laatste avond over historische autosport met Alexander Klein van het team Heritage en Museum, Armin Burger, hoofd historische autosport, en Kuno Werner, hoofd van de museumwerkplaats. Nadere informatie is te vinden op de website van het Porsche-Museum.

 

Foto’s en video: Rebocar/R. de Boer

Tags

Onze Sponsors