Porsche in Daytona: een succesvolle historie

Porsche motorsport 22 jan. 2026

 Misschien nog wel meer dan de 24 Uur van Le Mans is de 24 Uur van Daytona, of Rolex 24 At Daytona, zoals het evenement officieel wordt aangeduid, symbolisch voor het succes van Porsche in de autosport. Met 20 overwinningen en nog eens vier zeges als motorleverancier is Porsche verreweg de succesvolste fabrikant in de historie van de klassieke lange-afstandsrace in Florida. Bovendien behaalde Porsche in Daytona meer dan 40 klassezeges. Aan de vooravond van de editie van dit jaar kijkt Vierenzestig.nl naar de historie van Porsche in Daytona. Maar eerst een actuele update vanaf het circuit van Daytona.

0:00
/0:58

René de Boer vanaf Daytona International Speedway

 

Daytona, dat is eigenlijk NASCAR. Al in de jaren dertig en veertig vonden op het harde zandstrand van Daytona Beach races plaats met verbeterde productieauto’s (stock cars). Die wedstrijden werden steeds populairder, wat racepromotor Bill France enkele jaren na de Tweede Wereldoorlog deed besluiten om wat meer structuur in de organisatie te brengen, met een duidelijker reglement en een kalender van meerdere races, inclusief prijzengeld. In het Rolex 24 At Daytona, aan de Atlantische kust van Daytona, dat nog steeds bestaat, werd de basis gelegd voor de NASCAR-organisatie, waarbij de afkorting staat voor National Association for Stock Car Auto Racing. De Amerikaanse stock-car-races werden steeds populairder en in Daytona werd een ‘oval’ gebouwd, een permanent circuit als alternatief voor de baan op het strand.

 

Sportwagenraces, die op reguliere circuits plaatsvinden, waar niet alleen linksom gereden wordt, zoals op de ‘ovals’, is in Amerika een heel andere tak van autosport. Waar het stock-car-racen met Amerikaanse auto’s vooral de wat lagere sociale klassen uit de zuidelijke staten aansprak, waren de sportwagenraces, waarin ook vaak Europese merken aan de start verschenen, bij de hogere echelons populair, niet in de laatste plaats ook in het noordoosten en in Californië. In 1953 vond in Sebring in Florida, op het terrein van een voormalig militair trainingsvliegveld, de eerste internationale sportwagenrace plaats, die meteen een groot succes werd. Bij de bouw van de Speedway in Daytona werd ook daar een circuit op het binnenterrein aangelegd, dat met delen van de ‘oval’ verbonden was. En op dat circuit vond op 5 april 1959, nog geen twee maanden na de opening van de Daytona International Speedway, voor het eerst een sportwagenrace plaats onder auspiciën van de United StatesAuto Club (USAC). Gepland was een race over 1000 kilometer, maar vanwege invallende duisternis werd de race na zes uur afgebroken. Het Argentijnse duo Roberto Mieres en Antonio von Döry won de race met een Porsche 718 RSK. Op de tweede plaats eindigden de Amerikanen Bob Said en Art Bunker, eveneens met een Porsche.

 

In 1962 wordt er in Daytona voor het eerst een sportwagenrace onder de vlag van IMSA, de International Motor Sport Association, gehouden. De race heeft een duur van drie uur, wat een jaar later herhaald wordt. In 1964 en 1965 kent de race een afstand van 2.000 kilometer, in 1966 is er voor het eerst sprake van een echte 24-uursrace naar het voorbeeld van Le Mans en Spa-Francorchamps, waar de etmaalrace na een afwezigheid van een aantal jaren in 1964, mede op initiatief van coureur en autojournalist Paul Frère, ook weer nieuw leven ingeblazen werd. Twee jaar na de première, op 4 februari 1968, behaalde Porsche de eerste overwinning in de 24 Uur van Daytona. De 907 ‘Langheck’ van het fabrieksteam Porsche Systems Engineering, bestuurd door Vic Elford en Jochen Neerpasch, komt als winnaar over de eindstreep. Ook Jo Siffert, Rolf Stommelen en de begin dit jaar kort voor zijn 98e verjaardag overleden Hans Herrmann maken deel uit van het winnende team. Dat is te danken aan een strategische zet van Porsche-sport- en PR-baas Huschke von Hanstein, die de genoemde drie rijders in de slotfase van de race ook elk vijf ronden in de Porsche 907 met het startnummer 54 laat afleggen, zodat ze ook als racewinnaars in de boeken verschijnen. Twee andere Porsches completteren de volledige top drie voor het Duitse sportwagenmerk, Siffert en Herrmann worden met hun auto ook als tweede geklasseerd.

 

De Porsche 917, die in maart 1969 op de Autosalon van Genève zijn opwachting maakte, wordt in de vroege jaren zeventig het belangrijkste strijdwapen van Porsche. Na het eerste racejaar wordt het Britse team JW Automotive van John Wyer en John Willment, overigens de zwager van Hans Herrmann, met ingang van het seizoen 1970 benoemd tot fabrieksteam van Porsche. De campagne begint met succes, want al in januari 1970 wint de Wyer-Porsche in de beroemde Gulf-kleuren de 24 Uur van Daytona, bestuurd door Leo Kinnunen en Pedro Rodriguez. Een jaar later herhaalt Rodriguez het succes, ditmaal samen met Jackie Oliver. De Porsches geven de Ferrari’s na een felle strijd het nakijken. In 1972 wordt de duur van de race vanwege de oliecrisis en het gebrek aan brandstof ingekort tot zes uur. De 917’s zijn inmiddels niet meer toegelaten, de dominantie in de jaren ervoor was te groot geweest.

 

Daarentegen begint in 1973 een ander succesverhaal voor Porsche in de 24 Uur van Daytona, namelijk dat van het Brumos-team uit Jacksonville in Florida, niet ver van Daytona. In 1973 winnen Brumos-baas Peter Gregg en Hurley Haywood de race met een Porsche 911 Carrera RSR. Voor Haywood is het de eerste van zijn vijf overwinningen in Daytona, waarmee hij recordhouder is. Ook in 1975, opnieuw met Haywood en Gregg namens Brumos, en 1977, met Haywood, John Graves en Dave Helmick onder de inschrijving van Ecurie Escargot, gaat de overwinning in Daytona naar de 911 Carrera RSR. In 1978 is er voor het eerst Nederlands succes in Daytona, dankzij Toine Hezemans, die samen met Peter Gregg en Rolf Stommelen een team vormt in de 935 Turbo van Brumos. De 935 is ook goed voor overwinningen in 1979, met Ted Field, Hurley Haywood en Danny Ongais voor het Interscope-team, en 1980, als de Duitsers Reinhold Joest, Volkert Merl en Rolf Stommelen voor Joest Racing de race op hun naam schrijven. In 1981 winnen Bob Garretson, Bobby Rahal en Brian Redman met een 935 van Cooke-Woods, een jaar later zijn het twee Amerikanen met Nederlandse wortels, John Paul Jr. en Sr., en Rolf Stommelen, die met de 935 van de familie Paul de race op hun naam schrijven. De Pauls komen overigens ook negatief in het nieuws vanwege betrokkenheid bij drugshandel. Van Paul Sr., verdacht van meerdere moorden, ontbreekt tot op de dag van vandaag ieder spoor, zoon Jr. is overleden. Begin jaren tachtig was het een bekende grap dat IMSA eigenlijk zou staan voor ‘International Marihuana Smugglers’ Association’… 

 

Claude Ballot-Lena, AJ Foyt, Preston Henn en Bob Wollek zorgden in 1983 voor de laatste 935-overwinning in Daytona met de auto van Henn. Een jaar later zegevierde een March-prototype met Porsche-motor tijdens de 24 Uur van Daytona, waarna in 1985 de zegereeks van de Porsche 962 in Daytona begon. Thierry Boutsen, AJ Foyt, Al Unser en Bob Wollek in 1985, Derek Bell, Al Holbert en Al Unser in 1986, en hetzelfde trio, versterkt door Chip Robinson in 1987, zorgden voor drie 962-zeges op rij. In 1989 was het weer raak, ditmaal dankzij John Andretti, Derek Bell en Bob Wollek, terwijl het 962-tijdperk in Daytona in 1991 werd afgesloten met de zege van Hurley Haywood, Frank Jelinski, Henri Pescarolo, John Winter en Bob Wollek met de auto van Joest Racing.

 

Hurley Haywood, recordhouder met vijf overwinningen, vertelt: “De Porsche-ingenieurs hadden destijds op elk probleem een innovatief antwoord. De 962 werd eigenlijk alleen maar ontwikkeld, omdat de 956 door IMSA in Noord-Amerika niet werd toegelaten vanwege het feit dat de voeten van de rijders zich voor de vooras bevonden. Porsche plaatste de zitpositie van de coureur verder naar achteren en verlengde de wielbasis. Zo ontstond de 962, een van de succesvolste raceauto’s aller tijden.” 

Porsche 956

 

Na het 962-tijdperk had Porsche weliswaar geen eigen prototype meer dat kon meestrijden om algemeen succes in Daytona, maar als motorleverancier was er voor Porsche nog wel succes weggelegd, zoals met de overwinning van Chrstophe Bouchut, Jürgen Lässig, Giovanni Lavaggi en Marco Werner in de Kremer K8-Porsche van het team Kremer Racing uit Keulen-Ossendorf in 1995.

 

De volgende algehele overwinning voor Porsche in Daytona liet een tijd op zich wachten, maar was wel een sensatie. In 2003, toen de voor dat jaar nieuwe ‘Daytona Prototypes’ hun opwachting maakten, maar in de race chronisch onbetrouwbaar bleken, ging de algehele zege naar een auto uit de GT-klasse, en wel een Porsche 911 GT3 RS. De auto van het TRG-team (The Racers’ Group van Kevin Buckler) zegevierde met rijders Jörg Bergmeister, Timo Bernhard, teambaas Buckler zelf en Michael Schrom, die na afloop van de 24 uur een voorsprong van negen ronden op de tweede plaats hadden. Het beste prototype eindigde op 18 ronden als vierde algemeen. “Al vroeg in de race hadden we een paar ronden voorsprong, maar zeker niet zo dat we het rustig aan konden doen. Eigenlijk ondenkbaar, dat we met een GT-auto op weg naar de algehele overwinning waren”, herinnert Jörg Bergmeister zich. Timo Bernhard vult aan: “In de nacht spraken we in de pits met elkaar en zeiden: ‘Ongelooflijk, maar we kunnen hier echt wat bereiken!’ Pas op dat moment veranderde de verbazing uit de beginfase in een concreet plan dat uiteindelijke succesvol was.” 

Porsche 911 GT3 RS

 

De 24 Uur van Daytona maakte deel uit van de toenmalige Rolex-Grand-Am-serie, waar Porsche niet met een eigen chassis actief was, in tegenstelling tot de concurrerende American Le Mans Series, waar Porsche met de RS Spyder in de tweede divisie wel succesvol was en af en toe zelfs algehele overwinningen behaalde, zoals tijdens de 12 Uur van Sebring in 2008. Niettemin waren er nog wel wat Daytona-successen voor Porsche als motorleverancier: in 2009 won een Brumos-Riley-prototype met een Porsche-motor als krachtbron de race, bestuurd door David Donohue, Antonio García, Darren Law en Buddy Rice. De basis van de krachtbron kwam uit de Porsche Cayenne… Ook in 2010 won een Riley-Porsche, met João Barbosa, Terry Borcheller, Ryan Dalziel en Mike Rockenfeller.

Porsche RS Spyder

 

In 2014 smolten de concurrerende Rolex-Grand Am-serie en de American Le Mans Series samen tot wat toen het IMSA Tudor United SportsCar Championship heette, enkele jaren later omgedoopt tot IMSA WeatherTech Sports Car Championship. In 2023 ging de IMSA-organisatie een samenwerking aan met het FIA World Endurance Championship, zodat de prototypes in de hoogste klasse voortaan in beide kampioenschappen konden rijden. Daarmee kon Porsche met de 963 ook in Daytona weer meestrijden om de algehele overwinning, een succes dat in 2024 en 2025 onder de vlag van het fabrieksteam Porsche Penske Motorsport gerealiseerd werd. In beide jaren vormde de overwinning in Daytona voor het Porsche-fabrieksteam ook de basis voor het binnenhalen van de kampioenstitels in de IMSA-serie. Dit jaar gaat Porsche met de 963 voor de derde overwinning op rij in Daytona. Thomas Laudenbach, hoofd van Porsche Motorsport, windt er geen doekjes om: “In het jubileumjaar van Porsche Motorsport en bij het 60-jarig bestaan van Team Penske hebben we duidelijke doelstellingen: de derde overwinning op rij in Daytona met de Porsche 963 en we willen ook in 2026 om titels in de IMSA-serie strijden.”

 

 

Foto’s: Porsche AG/Jürgen Tap, Archief Porsche AG, Rebocar/R. de Boer

Tags

Onze Sponsors