Volkswagen krijgt zware tik, terwijl Porsche zijn koers verder verlegt
Sinds de zomervakantie van dit jaar, en dan vooral in september, stapelen de ontwikkelingen rond Porsche en moederconcern Volkswagen zich in hoog tempo op. Porsche was jarenlang het kroonjuweel van Volkswagen, maar is inmiddels uitgegroeid tot een van de grootste zorgenposten binnen het concern. Volkswagen heeft zijn winstverwachting voor 2026 fors verlaagd: de operationele marge komt dit jaar naar verwachting uit op maximaal 1 procent, tegen een eerdere prognose van 4 tot 5,5 procent. Een belangrijke oorzaak is een bijzondere waardevermindering van circa 6 miljard euro op de goodwill van Porsche. Het gaat om een boekhoudkundige afschrijving zonder directe kasuitstroom, maar de boodschap is duidelijk: Volkswagen gaat uit van aanzienlijk lagere toekomstige winstverwachtingen voor het sportwagenmerk. Tegelijkertijd heeft Porsche te maken met een moeilijke Chinese markt, toenemende concurrentie vanuit China, een vertraagde introductie van nieuwe elektrische modellen en een ingrijpende reorganisatie waarbij duizenden banen verdwijnen. Ook de verkoop van belangen in Bugatti Rimac en Rimac Group, die Porsche in september afrondde, past in de nieuwe koers. De ontwikkelingen markeren een belangrijk keerpunt voor Porsche én Volkswagen, die hun organisaties en strategieën moeten aanpassen aan een snel veranderende mondiale automarkt.

Porsche verliest terrein
De afschrijving van 6 miljard euro is meer dan een boekhoudkundige tegenvaller. Ze laat zien hoe sterk de verwachtingen rond Porsche zijn veranderd. Volkswagen heeft zijn waarderingsaannames aangepast nadat Porsche zijn vernieuwde langetermijnplannen met het concern had gedeeld. De sportwagenfabrikant blijft vasthouden aan een middellange termijn waarin een operationele marge van 10 tot 15 procent het doel is, maar de weg daarheen is aanzienlijk moeilijker geworden. Porsche kwam in 2025 uit op een operationele marge van slechts 1,1 procent. In 2022 lag dat percentage nog op 18 procent. Ook de bijdrage van Porsche aan de operationele winst van Volkswagen is sterk teruggelopen. Waar het merk vier jaar geleden nog goed was voor meer dan een kwart van de operationele winst van het concern, was dat aandeel in 2025 minder dan 5 procent. Daarmee is een opmerkelijke verschuiving zichtbaar binnen Volkswagen. Volgens auto-analist Matthias Schmidt is Skoda inmiddels feitelijk de nieuwe Porsche binnen de groep, althans wanneer wordt gekeken naar winstgevendheid. De Tsjechische dochter zag haar operationele marge in dezelfde periode oplopen tot 8,3 procent. Porsche bevindt zich daarmee in een situatie waarin een sterk merk en technisch imago niet automatisch leiden tot hoge winstgevendheid. Reuters beschreef de sportwagenfabrikant onlangs als een voormalig belangrijke winstbron die inmiddels een aanzienlijke uitdaging vormt voor Volkswagen.


China als breekpunt
Een belangrijk deel van het probleem ligt in China. De Chinese automarkt is volgens Volkswagen-topman Arno Antlitz met ongeveer 20 procent gekrompen en van een snelgroeiende markt is voorlopig geen herstel zichtbaar. Voor Porsche komt daar nog bij dat de verkopen in China in enkele jaren tijd meer dan zijn gehalveerd. Ook in Noord-Amerika en in de regio Midden-Oosten, India en Afrika staat de afzet onder druk. Daarmee raakt Porsche twee kanten van zijn traditionele groeimodel: de Chinese markt levert minder volume op, terwijl in andere belangrijke regio’s eveneens druk ontstaat. Tegelijkertijd verandert de concurrentie. Chinese autofabrikanten zijn niet langer alleen actief op hun thuismarkt, maar brengen steeds meer betaalbare modellen naar Europa. Daarmee ontstaat extra prijsdruk, ook voor gevestigde Europese fabrikanten. De Duitse concerns worden bovendien geconfronteerd met een versnelde overgang naar elektrische auto's. De vraag naar batterij-elektrische modellen trekt aan, onder meer onder invloed van geopolitieke ontwikkelingen en hogere benzineprijzen. Voor Volkswagen is dat echter geen eenvoudige groeimarkt. Op de elektrische auto’s wordt volgens het concern aanzienlijk minder verdiend dan op auto's met een verbrandingsmotor. De omschakeling vraagt tegelijkertijd grote investeringen. Daardoor moeten fabrikanten hun productaanbod aanpassen terwijl hun traditionele inkomstenbronnen onder druk staan. Voor Porsche komt daar de vraag bij hoe het merk zijn exclusieve karakter kan behouden en tegelijk voldoende volume en kasstroom kan genereren. Juist die combinatie maakt de huidige situatie ingewikkeld: minder verkopen kunnen passen bij een strategie die zich richt op duurdere modellen, maar de onderneming moet uiteindelijk wel voldoende winst en cashflow blijven genereren.


Duitse industrie hapert
De problemen bij Porsche staan bovendien niet op zichzelf. Volkswagen, Mercedes-Benz en BMW verliezen gezamenlijk terrein ten opzichte van internationale concurrenten. In de eerste helft van 2026 daalde hun gezamenlijke omzet naar ongeveer 284 miljard euro, een afname van 2,9 procent ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. Volgens accountants- en adviesorganisatie EY (Ernst & Young) bevindt de Duitse auto-industrie zich dus in een winstgevendheidscrisis. De 19 autofabrikanten die in de vergelijking van EY werden onderzocht, zagen hun omzet juist met 3,6 procent toenemen tot bijna 1.048 miljard euro. Voor de drie Duitse concerns was het de derde omzetdaling op rij in een eerste halfjaar. Ook op winstgebied werd de achterstand groter. Het gezamenlijke resultaat voor rente en belastingen, het EBIT, daalde met 19 procent tot ongeveer 13 miljard euro. Dat is volgens de analyse de laagste waarde sinds het coronajaar 2020. De internationale vergelijking laat een ander beeld zien. De onderzochte Chinese fabrikanten zagen hun winst eveneens dalen, met 21,9 procent, terwijl de Japanse fabrikanten 36,5 procent inleverden. Amerikaanse concerns als Ford, General Motors en Tesla zagen hun winst daarentegen met 32,9 procent stijgen. Over de hele groep van onderzochte autofabrikanten steeg de winst met 11,4 procent tot 43,7 miljard euro. Daarbij moet wel worden aangetekend dat de vergelijking wordt beïnvloed door forse afschrijvingen die diverse fabrikanten een jaar eerder namen op hun activiteiten rond elektrische auto's. Daardoor valt de winstgroei dit jaar relatief hoog uit.

Kosten als handicap
Volgens EY-sectoranalist Constantin Gall bevindt de Duitse auto-industrie zich in een winstgevendheidscrisis. De Duitse fabrikanten verliezen volgens hem niet alleen marktaandeel, maar vooral verdienvermogen. Terwijl internationale concurrenten hun marges beter weten te stabiliseren, lopen Volkswagen, Mercedes-Benz en BMW achterop. Een belangrijk probleem is volgens Gall de kostenstructuur in Duitsland. Het hoge aandeel van de productie in eigen land gold lange tijd als concurrentievoordeel en stond symbool voor de kwaliteit van de Duitse industrie. Hoge arbeidskosten, energieprijzen, regelgeving en bureaucratie maken dat voordeel volgens de EY-analyse echter steeds kleiner. Daar komt bij dat noodzakelijke veranderingen binnen Duitsland moeilijk snel kunnen worden doorgevoerd. Fabrikanten zoeken daarom steeds vaker naar productielocaties met lagere kosten. Daarmee ontstaat een spanningsveld tussen het behoud van industriële werkgelegenheid in Duitsland en de noodzaak om internationaal concurrerend te blijven. De discussie gaat daardoor niet meer alleen over individuele autofabrikanten, maar over de toekomst van de Duitse industriële basis zelf.

China wordt risico
Ook ziet EY China als een van de grootste structurele risico's. Volkswagen, Mercedes-Benz en BMW zagen hun afzet in China in de eerste helft van 2026 volgens de analyse met 25 procent dalen. Het aandeel van China in hun wereldwijde verkopen liep in één jaar terug van 28,9 naar 23,5 procent. De Chinese markt is bijzonder competitief geworden. De zwakkere economie maakt consumenten voorzichtiger met dure premiumauto's, terwijl Chinese klanten in het snelgroeiende elektrische segment steeds vaker kiezen voor eigen merken. Tegelijkertijd breiden Chinese fabrikanten hun activiteiten in Europa uit. Hun wereldwijde afzet daalde in de eerste helft van het jaar weliswaar met 8 procent, maar in Europa steeg die met 44 procent. Dat onderstreept de veranderende concurrentieverhoudingen. Chinese merken proberen marktaandeel te winnen met scherpe prijzen, terwijl zij op hun thuismarkt te maken hebben met een stevige prijzenoorlog. Volgens Gall kost die strategie ook Chinese fabrikanten veel geld. Voor Europese producenten betekent zij ondertussen dat de prijsdruk niet alleen in China, maar steeds nadrukkelijker ook in Europa voelbaar wordt.


Reorganisatie versnelt
De financiële druk vertaalt zich inmiddels in concrete reorganisaties. Volkswagen is bezig met een van de grootste herstructureringen uit zijn geschiedenis. Ook Porsche heeft een ingrijpende personele reorganisatie aangekondigd. Het merk heeft bevestigd dat 3900 banen verdwijnen. Daarnaast zijn afspraken gemaakt over een verdere reductie van 5000 arbeidsplaatsen tot 2035. De Duitse auto-industrie als geheel wordt eveneens geraakt. Tienduizenden werknemers krijgen te maken met saneringsprogramma's bij onder meer Volkswagen, Mercedes-Benz, BMW en verschillende toeleveranciers. Namen als Bosch, Aumovio, ZF Friedrichshafen en Mahle zijn eveneens verbonden aan reorganisaties en banenreducties. Binnen het Volkswagen-concern wordt bovendien gesproken over de toekomst van fabrieken in onder meer Hannover, Emden en Zwickau en van de Audi-vestiging in Neckarsulm. De discussie over de Duitse productiebasis gaat daarmee verder dan alleen het aantal banen. Het gaat ook om de vraag welke fabrieken in de komende jaren nog voldoende capaciteit en concurrentiekracht hebben.

Vakbond grijpt in
De vakbond IG Metall heeft zich nadrukkelijk tegen de saneringen gekeerd. Op 21 september 2026 organiseerde de bond in Duitsland een landelijke actiedag onder het motto ‘Zukunft statt Kahlschlag – Zusammenhalt ist unsere stärkste Marke’, oftewel ‘Toekomst in plaats van kaalslag – saamhorigheid is ons sterkste merk’. Vooraf kondigde IG Metall meer dan 280 acties op circa 100 locaties aan en rekende de bond op meer dan 100.000 deelnemers. De vakbond verlangt onder meer investeringen in Duitse fabrieken, bijvoorbeeld in batterijproductie en autonoom rijden. Daarnaast pleit IG Metall voor concurrerende prijzen voor industriële elektriciteit en maatregelen tegen goedkope Chinese import. De acties laten zien dat de reorganisatie van de Duitse auto-industrie niet alleen een financiële en strategische kwestie is. Ook de toekomst van de werkgelegenheid en de industriële infrastructuur staat ter discussie. De protesten vonden plaats tegen de achtergrond van een sector die tegelijkertijd moet investeren in nieuwe technologie, kosten moet verlagen en marktaandeel probeert terug te winnen.
Porsche kiest voor kern
Porsche probeert intussen zelf de organisatie verder te stroomlijnen. Het merk heeft de afgelopen periode al stappen gezet om zich sterker op zijn kernactiviteiten te richten. Een belangrijk voorbeeld daarvan is de verkoop van de belangen in Bugatti Rimac en Rimac Group. Porsche rondde die transactie op 9 september 2026 af, nadat de benodigde goedkeuringen van toezichthouders waren verkregen. De overeenkomsten met het consortium van kopers waren al in april ondertekend. De transactie levert de Porsche AG Group ongeveer 1 miljard euro op. Daarvan wordt 250 miljoen euro gebruikt om de pensioenverplichtingen verder te financieren. De verkoop past daarmee in een bredere beweging waarbij Porsche activiteiten buiten de traditionele sportwagenkern afbouwt en financiële ruimte creëert.

Meer kasstroom
De verkoop heeft ook gevolgen voor de financiële verwachting van Porsche. In het halfjaarverslag was nog geen rekening gehouden met de effecten van desinvesteringen. Na verwerking van de opbrengst en de aanvullende financiering van de pensioenverplichtingen verwacht Porsche dat de Automotive Net Cash Flow Margin over heel 2026 uitkomt op 5,5 tot 7,5 procent. De eerdere prognose lag op 3 tot 5 procent. Daarmee verbetert de kasstroomverwachting ondanks de moeilijke operationele omstandigheden. Dat is belangrijk, want Porsche moet niet alleen zijn eigen transformatie financieren, maar opereert tegelijkertijd binnen een Volkswagen-concern dat eveneens grote investeringen en reorganisaties voor de boeg heeft. De verkoop van Bugatti Rimac en Rimac Group laat daarmee zien dat Porsche niet uitsluitend naar omzet of omvang kijkt. Kapitaal moet nadrukkelijker worden ingezet voor activiteiten die tot de kern van het merk behoren.

Porsche houdt koers
Topman Michael Leiters houdt ondertussen vast aan de strategische koers. Porsche wil zich sterker concentreren op de meest winstgevende modellen en blijft voor de middellange termijn mikken op een operationele marge van 10 tot 15 procent. In een interne boodschap voorafgaand aan de geplande Capital Markets Day maakte Leiters duidelijk dat er geen nieuwe prognose voor Porsche wordt afgegeven voor het lopende boekjaar of voor de middellangetermijndoelstelling. Dat betekent dat de bestaande ambitie formeel overeind blijft, ook al heeft Volkswagen inmiddels zijn waarderingsaannames voor Porsche naar beneden aangepast. De komende maanden worden daarom belangrijk. Porsche moet laten zien dat een kleinere, meer op winstgevende modellen gerichte organisatie uiteindelijk voldoende volume, marge en kasstroom kan opleveren. Daarbij wordt ook gekeken naar de toekomstige positie van het merk binnen Volkswagen. De sportwagenfabrikant blijft een sterk internationaal merk, maar de financiële prestaties van de afgelopen jaren hebben de verhouding binnen het concern veranderd.


Ook Porsche SE
De gevolgen van de ontwikkelingen reiken verder dan Volkswagen en Porsche AG. Ook Porsche Automobil Holding SE heeft zijn verwachting voor 2026 verlaagd. De holding bezit ongeveer 31,9 procent van Volkswagen. Het aangepaste groepsresultaat na belastingen wordt nu geraamd op een bandbreedte van een verlies van 500 miljoen euro tot een winst van 1,5 miljard euro. Eerder lag die verwachting tussen 1,5 en 3,5 miljard euro. Porsche SE heeft daarbij aangegeven dat de bijzondere waardevermindering bij Volkswagen geen directe invloed heeft op het eigen resultaat, omdat eerdere aanpassingen dat effect al hebben opgevangen. De lagere verwachting onderstreept wel hoe breed de gevolgen van de problemen binnen Volkswagen inmiddels doorwerken.

Sterk merk, zware opdracht
Porsche probeert ondertussen ook de relatie met zijn klanten en fans te versterken. Tijdens de Sportscar Together Day kwamen op 12 en 13 september ongeveer 14.000 klanten en liefhebbers bijeen bij tien Porsche Experience Centers op drie continenten. Van Atlanta en Toronto tot Hockenheim, Le Mans, Shanghai en Tokyo stonden rijervaringen, autoshows en parades op het programma. Op het circuit van Franciacorta konden bezoekers meerijden in een Porsche 911 GT3 Cup. In Shanghai werd bovendien de miljoenste Porsche die in China is afgeleverd, officieel overhandigd. Zulke evenementen benadrukken de wereldwijde aantrekkingskracht van het merk. Tegelijkertijd staat daar een zakelijke realiteit tegenover die aanzienlijk minder feestelijk is. Porsche moet de kosten verlagen, de kasstroom verbeteren, investeren in elektrificatie en zijn positie in belangrijke markten verdedigen. Dat alles moet gebeuren terwijl Volkswagen zelf onder zware financiële en organisatorische druk staat.

Rekening blijft
Voor Volkswagen ligt de lat eveneens hoog. Het concern houdt vast aan zijn doelstelling om tegen het einde van dit decennium een operationele marge van 9 procent te behalen. Daar staat een verwachte marge van maximaal 1 procent in 2026 tegenover. Het verschil is aanzienlijk. Volkswagen zal daarvoor niet alleen kosten moeten verlagen, maar ook de concurrentiepositie in China en Europa moeten verbeteren, de overgang naar elektrisch rijden winstgevender moeten maken en de omvang van zijn industriële capaciteit beter moeten afstemmen op de vraag. De recente prognose laat zien hoe groot de opgave is. De circa 10 miljard euro aan bijzondere effecten drukken het resultaat in 2026 zwaar, terwijl de onderliggende marktontwikkelingen eveneens tegenwind veroorzaken.

Nieuwe ontslagronde
Op 19 september jongstleden werd bekend dat Porsche rekening moet houden met een nieuwe omvangrijke banenreductie. Volgens het Duitse zakenblad Handelsblatt voorziet het saneringsplan van moederbedrijf Volkswagen in het schrappen van circa 4.100 arbeidsplaatsen bij de sportwagenfabrikant, boven op de eerder aangekondigde reorganisaties. Daarmee zou het aantal banen dat bij Porsche tegen 2035 verdwijnt kunnen oplopen tot ongeveer één op de vijf. Het plan maakt deel uit van de grootste herstructurering in de geschiedenis van Volkswagen en moet onder meer een tekort van circa 700 miljoen euro aan overheadkosten bij Porsche aanpakken. De laatste, extra ingreep volgt op de winstwaarschuwing van Volkswagen, die mede is veroorzaakt door de problemen bij Porsche. Volkswagen en Porsche wilden tegenover Handelsblatt niet inhoudelijk reageren op de berichtgeving.



Nieuwe werkelijkheid
De ontwikkelingen bij Porsche zijn daarmee onderdeel van een veel grotere verschuiving in de mondiale auto-industrie. De Duitse fabrikanten hebben te maken met hogere kosten, een moeilijke Chinese markt, nieuwe concurrenten uit China, de omschakeling naar elektrische aandrijving en de noodzaak om tegelijkertijd hun traditionele industriële basis te hervormen. Porsche heeft met de verkoop van Bugatti Rimac en Rimac Group een concrete stap gezet om kapitaal vrij te maken en zich sterker op de kern te richten. Volkswagen probeert ondertussen de kostenstructuur van het hele concern te veranderen. De afschrijving van 6 miljard euro op Porsche maakt duidelijk dat de verwachtingen over de toekomstige winstcapaciteit zijn veranderd. Het sportwagenmerk beschikt nog altijd over een sterk wereldwijd merk en een omvangrijke klantenbasis, maar moet die kracht opnieuw vertalen in structureel rendement. Voor Volkswagen geldt hetzelfde op grotere schaal. De komende jaren zullen daarom niet alleen bepalen hoe winstgevend Porsche wordt, maar ook welke rol het merk binnen de toekomstige Volkswagen Group speelt. De periode waarin hoge marges vrijwel vanzelfsprekend waren, ligt achter de rug. Zowel Porsche als Volkswagen staat voor de opdracht om in een fundamenteel veranderende automarkt opnieuw een financieel houdbaar model te vinden. En daar wordt momenteel hard aan gewerkt.
Geraadpleegde bronnen: CBT News, Ernst & Young, Handelsblatt, IG Metall, Marketscreener, Reuters, Tagesschau, Volkswagen Group, Porsche Newsroom
Gepubliceerd op Vierenzestig.nl, 24 sep. 2026
https://www.vierenzestig.nl/volkswagen-krijgt-zware-tik-terwijl-porsche-zijn-koers-verder-verlegt/