Video

Hoera, de Porsche 924 bestaat 40 jaar [video]

De Porsche 924, die in 1976 op de markt kwam, was ontwikkeld om de 914 op te volgen. De samen met Volkswagen ontwikkelde 914 was een succes: vanaf 1969 werden er in totaal 118.000 gebouwd. Ook de 924 startte als gemeenschappelijk project, dat de code EA 425 droeg (Entwicklungs Auftrag 425). Porsche ging er voortvarend mee aan de slag. Een van de mannen die de 924 vorm moest geven, was de Nederlander Harm Lagaaij. De design-autodidact kreeg van zijn chef Anatole Lapine de opdracht om een sportauto met vier zitplaatsen te ontwikkelen. Deze moest geschikt zijn voor een watergekoelde viercilinder motor voorin en de versnellingsbak diende opgenomen te worden in de achterasconstructie. Deze zogenaamde transaxle-opzet zorgde voor een ideale gewichtsverdeling (53% voor, 47 % achter) en daarmee voor optimale tractie én een perfect weggedrag. De transaxle-opzet Het transaxle-principe was er overigens een met historie: Professor Porsche gebruikte het in de jaren ’30 van de vorig eeuw al voor de Grand Prix-racers van Mercedes.

Europallet

Lagaaij tekende een sportwagen zoals hij hem zelf zou willen hebben. Een belangrijke en praktische noviteit was de grote glazen achterruit die in zijn geheel geopend kon worden. Samen met de stoelen achterin was de 924 daarmee ook geschikt voor jonge gezinnen. De achterste stoelen waren zelfs neerklapbaar – volgens de Porsche-ontwerpers was er in theorie dan zelfs plaats voor een Europallet. Al met al was de 924 veel praktischer dan de 914, die door zijn concept met zijn middenmotor een pure tweezitter was. De eerste schetsen van de 924 werden enthousiast ontvangen. Daarop bouwde Porsche enkele modellen in de schaal 1:4 en aansluitend zelfs op ware grootte. Eén van die 1:1-modellen is bewaard gebleven. Het is nu te zien in het Porsche Museum in Stuttgart. De basis voor de motor van de 924 werd gevormd door het blok uit de toenmalige Audi 100. Porsche gaf er echter zijn eigen draai aan. Om te beginnen werd de cilinderinhoud vergroot tot twee liter en en de viercilinder kreeg grotere hoofdkrukaslagers en een gesmede krukas. Bovendien werden er gegoten zuigers gebruikt. Een andere belangrijke wijziging die de Porsche-signatuur onderstreepte, was de nieuwe cilinderkop. Deze was voorzien van speciale uitsparingen voor de injectoren van het K-jetronic inspuitsysteem. Het resultaat: een vermogen van 125 pk bij 4.800 tpm en een koppel van 163 Nm bij 3.500 tpm.

Ernst Fuhrmann

In 1973 trok Volkswagen zich terug uit project EA 425. Volkswagen zag vanwege de oliecrisis geen brood meer in een rasechte sportwagen. Ernst Fuhrman, de bestuursvoorzitter van Porsche die in 1972 aantrad, zag de 924 echter wel degelijk zitten. Sterker nog: hij was ervan overtuigd dat Porsche een basis-sportwagen nodig had om als zelfstandig merk te kunnen overleven. Hij zag de 924 in het programma onder de 928, destijds de beoogde opvolger van de 911. Porsche nam het EA 425 project van Volkswagen over onder de voorwaarde dat de 924 gebouwd zou gaan worden in de NSU-fabriek in Neckarsulm ten noorden van Stuttgart. In die fabriek liep de productie van de fameuze NSO RO80 met wankelmotor op zijn eind. Porsche sloot in 1975 het contract en in de zomer van datzelfde jaar kwamen de eerste voorserie-exemplaren van de band. Vanaf begin 1976 stond de 924 bij de Porsche dealers.

924 Carrera GT

In de productieversie van de 924 was de familieband met het Volkswagen-concern zeker in het begin nog zichtbaar. De bedieningshendels aan de stuurkolom voor de ruitenwisser waren, evenals diverse schakelaars en de portiergrepen, afkomstig van Volkswagen en Audi. De vroegste exemplaren 924 hadden het verwarmings- en ventilatiesysteem van de eerste generatie Golf en de zijspiegel van de Passat B1. Door de jaren heen werd de 924 in goede Porsche traditie verder verfijnd en hij gooide (hoge ogen op de circuits. Ook kwamen er nieuwe, krachtigere versies waaronder de 924 Turbo en 924 Carrera GT. Een doorontwikkeling was de 944 die op zijn beurt weer werd opgevolgd door de 968, een schoonheid die tot volle bloei is gekomen en die Porsche tot 1995 bouwde – twee decennia na de komst van de oorspronkelijke 924!

150.000 exemplaren

De 924 bezorgde Porsche een enorme omzetboost. Hij trok veel nieuwe klanten en ontpopte zich daarmee tot het eerste echte volumemodel van Porsche. In het eerste verkoopjaar (1976) werden er 5.145 verkocht en in 1977 waren het er al 23.889. In 1981 rolde de 100.000ste Porsche 924 van de band in Neckarsulm. In totaal bouwde Porsche 134.689 exemplaren van de 924 en 924 Turbo en 16.282 stuks van de 924 S. Vanaf de marktintroductie had de 924 zes jaar garantie op doorroesten van binnenuit – een unicum in die tijd. In 1981 kreeg de 924 zelfs een verzinkte carrosserie. Hierdoor én door de onverwoestbare techniek rijdt er veertig jaar na de introductie nog een opvallend groot aantal 924 modellen rond.

Reacties (0)

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met (*)

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.